Bericht

Zwaaien naar de avondvierdaagse

profile picture
Yvonne Balvers

Mijn zoontje van acht en ik zitten op klapstoelen voor ons huis te kijken naar de voorbijtrekkende meute kinderen van de jeugdavondvierdaagse. Het is warm, de volwassenen die als begeleider meelopen zien er verhit uit. We zwaaien naar zijn klasgenootjes en andere kinderen die hij kent. Mijn zoontje doet niet mee. Na twee dagen meelopen vorig jaar had hij zo’n pijn aan zijn enkel dat ie er niet meer op kon staan. Ik dacht: “vast verzwikt”, en ging krukken halen. Maar na een dag was zijn enkel weer in orde. Na nog wat van die hevig opkomende en snel weer verdwijnende pijnen ben ik maar eens met ‘m naar de huisarts gegaan. En bleek er toch wat meer aan de hand. Hij bleek hypermobiel, hij zit te los in zijn gewrichten waardoor hij duursporten als zo’n avondvierdaagse gewoon niet kan. In de loop van dat jaar zijn er meer pijntjes bijgekomen. Zijn heupen, zijn schouders, zijn voeten. Ik maak me zorgen. Binnenkort toch maar weer eens terug naar de huisarts.

We zitten lekker samen in het zonnetje te kijken en ik hoor mezelf zeggen dat ie een ijsje uit de vriezer mag pakken. Iets dat eigenlijk alleen in het weekend mag. Ik kan het niet laten. Ondanks mijn voornemen om dat niet-meelopen niet te compenseren en ondanks de indruk die hij wekt dat ie het allemaal echt niet erg vind, voel ik zelf van binnen weer die oude bekende pijn. Ik kon ook vaak niet meedoen, als kind met reuma. Met spelletjes op feestjes, met de gym. Dus stond ik vaak langs de zijlijn, te zwaaien en te ondersteunen. Nu is dat ook wel een belangrijke functie. Maar ik had liever meegedaan.

Mijn zoon is een sterke persoonlijkheid en ik vermoed dat ie zijn eigen weg wel vindt. Hij heeft bovendien een moeder die hem vanuit ervaring advies kan geven over hoe je leeft met een beperking. Ik kijk naar ‘m, met trots en verdriet, terwijl hij lekker aan zijn ijsje zit te likken en vrolijk zwaait naar een meisje dat hij kent van de zwemclub. Ik zwaai met ‘m mee.